Uitspraak
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [vergunninghoudster]., gevestigd te [plaats] vergunninghoudster,
Rechtbank Noord-Nederland
Vergunninghoudster vroeg om een omgevingsvergunning voor het bouwen van zes appartementen met commerciële ruimten, garageboxen, handelsreclame en een uitrit. Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit en vroegen om voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter stelde vast dat het bouwplan met garageboxen in strijd was met het bestemmingsplan omdat garageboxen niet bij recht zijn toegestaan. Verweerder had daarom de vergunning voor de garageboxen moeten weigeren.
De gedeeltelijke intrekking van de vergunning voor de garageboxen werd niet als een wijziging van ondergeschikte aard beschouwd, waardoor het gewijzigde bouwplan niet in het bezwaarbesluit kon worden meegenomen. Het primaire besluit van 22 november 2016 werd daarom herroepen. Daarnaast oordeelde de voorzieningenrechter dat het gewijzigde bouwplan voldeed aan de redelijke eisen van welstand en dat er geen aanleiding was om een voorlopige voorziening te treffen.
Verzoekers werden in hun proceskosten veroordeeld en het griffierecht werd aan hen vergoed. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Verzoeken om voorlopige voorzieningen werden afgewezen.
Uitkomst: Het primaire besluit van 22 november 2016 wordt herroepen en het bestreden besluit van 20 juni 2017 vernietigd wegens strijd met het bestemmingsplan.