ECLI:NL:RBNNE:2017:3158

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
9 augustus 2017
Publicatiedatum
16 augustus 2017
Zaaknummer
5729963 EZ VERZ 17-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:210 BWArt. 4:215 BWArt. 4:218 lid 3 BWArt. 4:223 lid 2 BWArt. 128 FW
Verwijzingen
7 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanwijzing aan vereffenaar over rente na overlijdensdatum in nalatenschap

De vereffenaar van de nalatenschap van een overleden persoon verzocht de rechter-commissaris om goedkeuring voor de verkoop van het bedrijf van de erflater en vaststelling van een voorschot op zijn loon. Een erfgenaam maakte bezwaar tegen de erkenning van enkele vorderingen en de verkoopwijze.

De rechter-commissaris oordeelde dat de verkoop van het bedrijf reeds was behandeld in een andere procedure en dat het bezwaar daarom niet ontvankelijk was. Het voorschot op het loon van de vereffenaar werd berekend aan de hand van de Recofa-richtlijnen en vastgesteld op €5.253,01 inclusief btw.

Belangrijk is de aanwijzing aan de vereffenaar dat rente na de overlijdensdatum bij de erkenning van vorderingen meegenomen moet worden, in tegenstelling tot de analoge toepassing van artikel 128 Faillissementswet Pro die niet van toepassing is op nalatenschappen. De procedure bij de rechter-commissaris biedt geen ruimte voor beoordeling van betwiste vorderingen, waarvoor de erfgenaam een aparte procedure kan starten.

De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2017 door rechter-commissaris M. Sanna te Leeuwarden.

Uitkomst: Voorschot op loon van vereffenaar vastgesteld op €5.253,01 inclusief btw en aanwijzing gegeven om rente na overlijdensdatum mee te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaak-/rolnummer: 5729963 EZ VERZ 17-22
boedelregisternummer: 33809
beschikking van de rechter-commissaris d.d. 9 augustus 2017
ex de artikelen 4:210 BW en 206 lid 3 BW
op een verzoek van
mr. C. Krijger, notaris te Leeuwarden,
in diens hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van
[naam erflater], geboren in de gemeente [naam gemeente] op [geboortedatum] , overleden in de gemeente [naam gemeente] op [datum overlijden] , laatst gewoond hebbende te [adresgegevens] , hierna te noemen de erflater.

1.Procesverloop

1.1.
De vereffenaar heeft bij brief van 11 februari 2017 met bijlagen een verzoek ingediend, ertoe strekkende dat de rechter-commissaris goedkeuring zal verlenen aan de voorgenomen wijze van verkoop van het bedrijf van de erflater en op de voet van artikel 4:206 lid 3 BW Pro een voorschot op zijn loon zal vaststellen.
1.2.
De heer [naam erfgenaam] , erfgenaam, heeft in reactie hierop bij brief van 7 maart 2017, ingekomen ter griffie op 8 maart 2017, bezwaar gemaakt tegen - kort gezegd - de erkenning c.q. betwisting door de vereffenaar van enkele vorderingen op de nalatenschap en tegen de voorgenomen wijze van verkoop van het bedrijf van de erflater.
1.3.
De vereffenaar heeft bij brief van 12 april 2017, ingekomen ter griffie op 13 april 2017, gereageerd op genoemde brief van [naam erfgenaam] .

2.Motivering

De voorgenomen verkoop van het bedrijf van de erflater
2.1.
Bij beschikking van heden, gewezen in de zaak 5835801 EZ VERZ 17-52 op het verzoek ex artikel 4:215 BW Pro, heeft de rechter-commissaris de vereffenaar aanwijzingen gegeven met betrekking tot de verkoop van het bedrijf van de erflater. Bij goedkeuring van de rechter-commissaris, wat daar verder ook van zij, bestaat gelet hierop geen belang meer. Het verzochte zal in zoverre afgewezen worden.
Het voorschot op het loon van de vereffenaar
2.2.
De vereffenaar heeft een specificatie van de door hem en zijn medewerkers gemaakte uren overgelegd en aan de hand daarvan en van de Recofa-richtlijnen het vereffenaarsloon berekend op € 4.747,51 exclusief btw (= € 5.744,49 inclusief btw).
2.3.
De rechter-commissaris constateert dat in voormelde specificatie/berekening niet is uitgegaan van het geldende basisuurloon conform de Recofa-richtlijnen (van € 200,00 exclusief btw in 2015 en € 203,00 exclusief btw in 2016 en € 212,00 exclusief btw in 2017). Van de door de medewerkers volgens opgave gemaakte minuten betreffen 101 minuten (1,68 uur) het jaar 2015, 431 minuten (7,02 uur) het jaar 2016 en 872 minuten (14,53 uur) het jaar 2017 (tot en met 12 april 2017). De vereffenaar heeft zelf volgens zijn opgave in 2016 325 minuten (5,42 uur) en in 2017 135 minuten (2,25 uur) gemaakt.
2.4.
Uitgaande van het juiste uurloon conform de Recofa-richtlijnen en het aantal uren, en voorts uitgaande van een boedelfactor van 1,0 en van een ervaringsfactor voor de medewerkers van 0,6 en voor de vereffenaar van 1,0 berekent de rechter-commissaris het loon waarop de vereffenaar over de periode tot en met 9 februari 2017 (de periode waarover zijn voorschot declaratie zich uitstrekt) aanspraak kan maken als volgt.
2015:
(medewerkers): 1,68 uur × 0,6 × € 200,00 × 1,21 = € 244,42
2016:
(medewerkers): 7,18 uur × 0,6 × € 203,00 × 1,21 = € 1.043,02
(vereffenaar): 5,42 uur × 1,0 × 1,0 × € 203,00 × 1,21 = € 1.310,83
2017:
(medewerkers): 14,53 uur × 0,6 × € 212,00 × 1,21 = € 2.110,24
(vereffenaar): 2,25 uur × 1,0 × 1,0 × € 212,00 × 1,21 =
€ 544,50
Totaal € 5.253,01 inclusief BTW
De bezwaren van [naam erfgenaam]
2.5.
De bezwaren van [naam erfgenaam] richten zich in de eerste plaats tegen de erkenning c.q. betwisting door de vereffenaar van enkele vorderingen van mevrouw [A] , de heer [B] en [naam erfgenaam] zelf, zoals daarvan blijkt uit de door de vereffenaar bij brief van 11 februari 2017 als bijlagen 3 en 4 overlegde lijsten.
2.5.1.
Op grond van artikel 4:218 lid 3 BW Pro kan [naam erfgenaam] bij de rechtbank in verzet komen tegen de rekening en verantwoording of tegen de uitdelingslijst binnen een maand na de openlijke bekendmaking van de neerlegging daarvan. Nog daargelaten dat van een dergelijke neerlegging en/of openlijke bekendmaking nog geen sprake geweest, biedt de onderhavige procedure (bij de rechter-commissaris) geen ruimte voor een beoordeling van de bezwaren.
2.5.2.
Voor zover de bezwaren betrekking hebben op de betwiste vorderingen van [naam erfgenaam] zelf, wijst de rechter-commissaris erop dat op grond van artikel 4:223 lid 2 BW Pro de mogelijkheid bestaat voor een schuldeiser om tijdens de vereffening zijn vorderingsrecht bij vonnis te doen vaststellen. Ook daarvoor biedt de onderhavige procedure (bij de rechter-commissaris) geen ruimte.
2.6.
Wel ziet de rechter-commissaris in de brief van de vereffenaar van 11 februari 2017 (mede gelet op de bezwaren van [naam erfgenaam] ) aanleiding om een aanwijzing te geven met betrekking tot de rente vanaf de overlijdensdatum. De vereffenaar stelt zich namelijk ten onrechte op het standpunt dat er vanaf de overlijdensdatum, naar analogie van artikel 128 van Pro de Faillissementswet, geen rente meegenomen dient te worden. Genoemd wetsartikel is een uitwerking van het beginsel dat de rechten van schuldeisers worden gefixeerd op het moment van de faillietverklaring. Een dergelijk fixatiebeginsel geldt niet ten aanzien van nalatenschappen. Erfgenamen worden van rechtswege schuldenaar van de schulden van de erflater die niet met de dood tenietgaan (artikel 4:182 lid 2 BW Pro), zodat ook de daaraan verbonden renteverplichtingen mee overgaan. Dat een beneficiaire aanvaarding door een erfgenaam terugwerkt tot aan de overlijdensdatum, staat hier los van. De vereffenaar is kortom bij de erkenning c.q. betwisting van vorderingen van schuldeisers op de nalatenschap uitgegaan van een verkeerd uitgangspunt.
2.7.
Op de bezwaren van [naam erfgenaam] die verband houden met de tegeldemaking van de goederen van de nalatenschap (meer in het bijzonder het bedrijf van de erflater) is reeds beslist bij beschikking van heden, gewezen in de zaak 5835801 EZ VERZ 17-52 op het verzoek ex artikel 4:215 BW Pro, in welke zaak [naam erfgenaam] is verschenen. In zoverre hoeven deze bezwaren geen bespreking meer.

3.Beslissing

De rechter-commissaris:
3.1.
stelt het voorschot van de vereffenaar van de nalatenschap van
[naam erflater], geboren in de gemeente [naam gemeente] op [geboortedatum] , overleden in de gemeente [naam gemeente] op [datum overlijden] , laatst gewoond hebbende te [adresgegevens] ,
vast op een bedrag van € 5.253,01 inclusief btw;
3.2.
wijst af het meer of anders verzochte;
3.3.
geeft de vereffenaar de aanwijzing om bij de erkenning c.q. betwisting van vorderingen van schuldeisers op de nalatenschap tot uitgangspunt te nemen dat ook rente na de overlijdensdatum meegenomen dient te worden.
Aldus gegeven te Leeuwarden en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2017 door
mr. M. Sanna, rechter-commissaris, in tegenwoordigheid van de griffier.
c 588
Beschikking verzonden op:
Tegen deze eindbeschikking is hoger beroep mogelijk. Door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet worden ingesteld door een advocaat bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden