ECLI:NL:RBNNE:2017:363
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijke onredelijkheid van ontslag na sluiting supermarkt
De zaak betreft een procedure van vijf werknemers die met steun van hun vakorganisatie FNV een vordering tot schadevergoeding wegens kennelijke onredelijkheid van ontslag hebben ingesteld tegen hun werkgever, die de C1000-supermarkt exploiteerde. De arbeidsplaatsen vervielen medio 2015 door bedrijfseconomische sluiting, en de werknemers stelden dat de werkgever met de opening van een nieuwe Jumbo-supermarkt met nieuw personeel de mogelijkheid tot herplaatsing bewust had uitgesloten.
De kantonrechter stelde vast dat de sluiting het gevolg was van een onverwachte opzegging van huur- en franchiseovereenkomsten door de eigenaar en dat de werkgever niet betrokken was bij de plotselinge gemeentelijke aankoop en sloopbesluit. De Jumbo-supermarkt was een zelfstandige onderneming, gestart in 2013 zonder dat toen al sprake was van een voorgenomen sluiting van de C1000.
De werkgever heeft meerdere werknemers een arbeidscontract aangeboden bij de Jumbo, maar kon niet meer personeel aannemen vanwege lopende contracten en financiële beperkingen. Ook werden herplaatsingsinspanningen gedocumenteerd en geaccepteerd door het UWV. Daarnaast bood de werkgever een pakket aan compensaties aan, waaronder outplacement en een suppletie op de WW-uitkering.
De kantonrechter concludeerde dat geen sprake was van een sterfhuisconstructie en dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was. De aangeboden compensaties waren toereikend en het feit dat werknemers elders werk vonden, waaronder de eiseres, ondersteunde dit oordeel. De vorderingen werden afgewezen en partijen droegen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen wegens kennelijke onredelijkheid van ontslag worden afgewezen.