ECLI:NL:RBNNE:2017:3987
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering officier van justitie tot ontneming bij toewijzing benadeelde partij
In deze strafzaak vorderde de officier van justitie op 25 april 2017 dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel zou vaststellen en veroordeelde tot betaling van €299.796,- aan de staat. Tijdens de terechtzitting van 6 oktober 2017 handhaafde de officier van justitie deze vordering, maar gaf aan dat indien de vordering van de benadeelde partij zou worden toegewezen, de ontnemingsvordering op nihil zou moeten worden gesteld.
De raadsvrouw van de verdachte voerde aan dat rekening gehouden moest worden met de draagkracht van de verdachte. De rechtbank heeft vervolgens bij vonnis van 20 oktober 2017 de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van €299.796,- toegewezen.
Gezien deze toewijzing wijst de rechtbank de vordering van de officier van justitie tot ontneming af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland te Groningen, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie tot ontneming af vanwege toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.