Eisers kregen van de gemeente Bellingwedde een last onder bestuursdwang opgelegd om bijenkasten te verwijderen die zich op hun terrein en een aanhanger bevonden, omdat zij volgens de Algemene plaatselijke verordening (APV) geen bijen mochten houden binnen 30 meter van woningen en wegen. Na bezwaar wees het bestuursorgaan het bezwaar af en handhaafde het besluit.
De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan onvoldoende en niet controleerbaar had vastgesteld dat eisers daadwerkelijk bijen hielden in strijd met de APV. De vaststellingen ontbraken aan een deugdelijke schriftelijke rapportage met ondertekening en datum, en de gebruikte foto's en meldingen waren ongedateerd of onvoldoende toegelicht.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. De rechtbank besloot zelf in de zaak te voorzien omdat heroverweging door het bestuursorgaan waarschijnlijk niet tot een ander resultaat zou leiden. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eisers vergoed.