Uitspraak
200904109/1/H1, dat het dagelijks bestuur die bevoegdheid heeft gebaseerd op artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet, terwijl een bij of krachtens de Woningwet gegeven voorschrift van meer specifieke aard kan worden aangewezen op grond waarvan in afdoende mate kan worden opgetreden ter voorkoming of beëindiging van het geconstateerde gevaar, te weten artikel 1 van Pro de Voorschriften tweede verzamelherziening inzake gebruiksbepaling.
200401584/1), de systematiek en uitgangpunten van de Awb ter zake van het beslissen op een bezwaarschrift met zich dat een primair besluit in volle omvang wordt heroverwogen en dat deze heroverweging de gelegenheid biedt fouten te herstellen. Zoals uit genoemde uitspraak volgt, kan ingevolge artikel 7:11 van Pro de Awb in bezwaar een ander voorschrift aan een handhavingsbesluit ten grondslag worden gelegd, indien het aan de oorspronkelijke aanschrijving ten grondslag gelegde feitencomplex en de opgelegde last niet of niet te zeer worden gewijzigd. Die situatie doet zich hier voor.
201000755/1/H1), dient een bestuursorgaan dat de kosten van bestuursdwang wenst te verhalen, aannemelijk te maken dat degene op wie het verhaal zoekt, als overtreder kan worden aangemerkt. Is de betrokkene de eigenaar van de woning en staat hij op het adres in kwestie ingeschreven bij de gemeentelijke bevolkingsadministratie (GBA), dan mag er in beginsel van worden uitgegaan dat de betrokkene overtreder is. Vervolgens is het aan de betrokkene om, indien daartoe aanleiding bestaat, dat uitgangspunt te weerleggen. Komt de betrokkene met feiten en omstandigheden die de aanname van overtrederschap weerleggen, dan ligt het op de weg van het bestuursorgaan daarop te reageren.