Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
mr. C.M. Telman(hierna te noemen: mr. Telman), rechter van deze rechtbank.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Telman, rechter bij de rechtbank Noord-Nederland, wegens een vermeende schijn van belangenverstrengeling. Dit omdat mr. Telman een schijnbare bevriende relatie zou hebben met een vennoot van de wederpartij in een civiele procedure. Mr. Telman zou als opleider van de behandelend rechter bij de zitting aanwezig zijn, wat volgens verzoekster de schijn van partijdigheid niet wegneemt.
De wrakingskamer overwoog dat mr. Telman als opleider wel enige bemoeienis met de zaak heeft, maar dat de bespreking met de behandelend rechter buiten aanwezigheid van partijen plaatsvindt. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat mr. Telman als behandelend rechter geldt in de zin van artikel 36 Rv Pro, maar het wrakingsverzoek kon wel worden ontvangen.
De wrakingskamer beoordeelde vervolgens de stellingen van verzoekster en het verweer van mr. Telman. Verzoekster stelde dat mr. Telman een goede vriendin of kennis was van een vennoot van de wederpartij, wat zij niet had onderbouwd. Mr. Telman en een vennoot van de maatschap ontkenden een dergelijke relatie en gaven aan dat het contact jaren geleden was beëindigd.
Gezien het tijdsverloop en het ontbreken van onderbouwing achtte de wrakingskamer de vrees voor partijdigheid niet objectief gerechtvaardigd. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de hoofdzaak kon worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Telman wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van partijdigheid.