ECLI:NL:RBNNE:2017:688
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belanghebbendheid bij huurtoeslagbesluit medebewoonster niet erkend
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit waarbij de huurtoeslag van zijn medebewoonster over 2013 definitief werd vastgesteld op nul euro. Verweerder had het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank stelde vast dat het besluit uitsluitend aan de medebewoonster was gericht en dat eiser daardoor niet rechtstreeks in zijn belangen werd getroffen. Hoewel eiser als medebewoner werd aangemerkt en zijn vermogen werd betrokken bij de vaststelling, betekent dit niet dat hij belanghebbende is bij het besluit.
De rechtbank overwoog dat het recht om bezwaar te maken voorbehouden is aan belanghebbenden en dat eiser dit recht ten onrechte werd toegekend. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank besloot zelf in de zaak te voorzien door het bezwaar van eiser tegen het besluit niet-ontvankelijk te verklaren.
Verder werd het door eiser betaalde griffierecht vergoed, terwijl het verzoek om schadevergoeding en proceskosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een onrechtmatig besluit. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Nederland op 24 februari 2017.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd omdat eiser geen belanghebbende is bij het huurtoeslagbesluit gericht aan zijn medebewoonster.