Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
De heffingsambtenaar van de gemeente Dantumadiel, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“de rekenkundige onderbouwing van deze aanslagbedragen (c.q. tarieven) ontbreken en omdat ze mij extreem hoog voorkomen in vergelijking met andere begraafplaatsen.Ik verzoek u mij de volgende zaken toe te sturen om te kunnen controleren of de gemeente niet meer dan “kostendekkend” werkt, c.q. zich houdt aan art. 229b van de gemeentewet e.a. wetgeving:a. de transparante begroting van kosten terzake en van de baten terzake van 2014 van de begraaflegesprodukten, met een rekenkundige onderbouwing van ieder tarief. (Kosten ter zake zijn de kosten die door de gezamenlijke grafaanvragers van 2014 werken veroorzaakt.)b. kopieën van de programma-begroting die betrekking hebben op de begraafkosten.c. opgave van het aantal graven dat per 1 januari 2014 voor rekening van de gemeente kwam.d. een begroting van de kosten van onderhoud en beheer van de graven die voor rekening van de gemeente kwamen in 2014.”.
Daarnaast stelt eiseres nog een aantal concrete vragen.
Geschil en beoordeling
De begroting van baten en lasten inzake de begraafrechten is volgens eiseres onoverzichtelijk en niet transparant, zodat niet is na te gaan of de gemeente binnen de zogenoemde opbrengstlimiet blijft.
“
4.13 Met hetgeen de heffingsambtenaar heeft aangevoerd, heeft hij naar het oordeel van het Hof de redelijke twijfel van belanghebbende niet naar vermogen weggenomen. Zoals de heffingsambtenaar ter zitting heeft erkend, kan de bij de verdeling van de loonkosten van de werknemers van de gemeente over de verschillende begrotingsposten toegepaste verdeelsleutel, niet worden getoetst. De heffingsambtenaar heeft volstaan met de opmerking dat de toedeling berust op door de betreffende managers (van de afdelingen burgerzaken en buitendienst) gedane opgaven. Iedere onderbouwing van de toegerekende (geraamde) kosten met stukken ontbreekt echter. Nu belanghebbende al in eerste aanleg heeft aangevoerd dat zij onvoldoende inzicht had in de begrotingscijfers, had het op de weg van de heffingsambtenaar gelegen uiterlijk in hoger beroep in verdergaande mate informatie te verstrekken over de kostentoedeling. Bijvoorbeeld door het overleggen van de betreffende opgaven van de afdelingsmanagers met de bijbehorende onderbouwing, door overlegging van registraties van feitelijk door de betreffende werknemers ten behoeve van de begraafplaatsen gewerkte uren (in voorafgaande jaren) en een onderbouwing van de gehanteerde uurtarieven. De heffingsambtenaar heeft geen aanbod gedaan tot het verstrekken van nadere inlichtingen. Het Hof ziet ambtshalve geen aanleiding de heffingsambtenaar daartoe alsnog in de gelegenheid te stellen. Gelet hierop is naar het oordeel van het Hof de twijfel niet naar vermogen weggenomen.”.