ECLI:NL:HR:2012:BW1928
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W. Ilsink
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Onverbindendheid gemeentelijke bouwleges wegens overschrijding opbrengstlimiet en inlichtingenplicht
Belanghebbende diende een aanvraag voor een bouwvergunning in bij de gemeente Utrecht, waarbij leges werden geheven. Na bezwaar werd het geheven bedrag verminderd door de heffingsambtenaar, maar belanghebbende ging in beroep bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde en de uitspraak van de heffingsambtenaar vernietigde. Het hof bevestigde deze uitspraak en oordeelde dat de opbrengstlimiet van artikel 229b Gemeentewet was overschreden en dat de heffingsambtenaar niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht.
De Hoge Raad overwoog dat de heffingsambtenaar nadere inlichtingen moet verstrekken om twijfel over de aard en omvang van de in twijfel getrokken posten weg te nemen. Het hof mocht het bewijsaanbod van de heffingsambtenaar om alsnog cijfermatige gegevens te verstrekken passeren omdat dit nader onderzoek zou vergen en er geen aanleiding was de procedure te schorsen.
Uiteindelijk oordeelde de Hoge Raad dat de gemeentelijke verordening in haar geheel onverbindend is vanwege de overschrijding van de opbrengstlimiet en het niet voldoen aan de inlichtingenplicht, waardoor de legesnota vernietigd moet worden. Het beroep van de gemeente werd ongegrond verklaard en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de gemeente Utrecht wordt ongegrond verklaard en de legesnota vernietigd wegens overschrijding van de opbrengstlimiet en niet-naleving van de inlichtingenplicht.