ECLI:NL:RBNNE:2018:2003
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Inkomstenbelastingheffing over PGB-inkomsten uit zorgverlening aan moeder
Eiseres heeft in 2016 haar moeder verzorgd en daarvoor uit het PGB van haar moeder een bedrag van €38.659 ontvangen. De inspecteur heeft deze inkomsten als resultaat uit overige werkzaamheden belast en aanslagen IB/PVV en ZVW opgelegd. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat het om een onkostenvergoeding ging.
De rechtbank stelt vast dat de werkzaamheden in het economische verkeer zijn verricht, ongeacht het familieverband tussen eiseres en haar moeder. Omdat het ontvangen bedrag hoger was dan de gemaakte kosten en er geen bewijs is dat het meerdere is terugbetaald, acht de rechtbank het voordeel beoogd en redelijkerwijs verwacht. Dit leidt tot belastbaarheid van de inkomsten als resultaat uit overige werkzaamheden.
De rechtbank wijst erop dat de fiscale kwalificatie losstaat van de persoonlijke motieven van eiseres. Ook het beroep tegen de belastingrente wordt ongegrond verklaard, omdat daarvoor geen zelfstandige gronden zijn aangevoerd. Het beroep wordt in zijn geheel ongegrond verklaard en partijen worden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslagen IB/PVV en ZVW over de PGB-inkomsten.