ECLI:NL:HR:2007:AY3626
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over vergoeding uit persoonsgebonden budget voor gezinsverzorging
In deze zaak is aan belanghebbende een aanslag opgelegd over het jaar 2001, waarbij een bedrag van €20.796 als belastbaar inkomen uit werk en woning werd aangemerkt, naast een boete van €113. Belanghebbende ontving een persoonsgebonden budget (pgb) dat door haar werd gebruikt voor de verzorging van haar verstandelijk gehandicapte zoon binnen het gezin. De Inspecteur rekende de vergoeding betaald uit het pgb tot het belastbare inkomen. Na bezwaar en beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat het pgb uitsluitend bestemd is voor het inkopen van zorg binnen de grenzen van de Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet. Het inkopen van zorg door gecontracteerde hulpverleners, ook indien deze in familieverband staan tot de verzekerde, vindt plaats in het economische verkeer. De werkzaamheden van belanghebbende als verzorgster zijn daarmee ook in het economische verkeer verricht. Het Hof heeft dan ook terecht geoordeeld dat de vergoeding uit het pgb een bron van inkomen vormt en derhalve belastbaar is als resultaat uit overige werkzaamheden.
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de belastingheffing over de vergoeding uit het persoonsgebonden budget. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de vergoeding uit het persoonsgebonden budget belastbaar is als inkomen uit werk en woning.