ECLI:NL:RBNNE:2018:2215
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- E.Th.M. Zwart-Sneek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens gebrek aan belang
De werknemer, sinds 2006 in dienst bij Friesland College, werd in 2012 arbeidsongeschikt en extern gere-integreerd. Zijn functie kwam te vervallen en het UWV legde een loonsanctie op aan de werkgever wegens onvoldoende re-integratie. Vanaf april 2015 werd de werknemer arbeidsgeschikt verklaard, maar hij hervatte zijn werkzaamheden niet en maakte geen gebruik van mediation of werkhervatting.
De werknemer verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding en toetsing van een mogelijke ontslagvergoeding. De werkgever stelde dat de werknemer sinds september 2015 arbeidsgeschikt is en niet heeft meegewerkt aan een psychologisch onderzoek. Ook werd aangevoerd dat de werknemer geen duidelijkheid gaf over het vermeende arbeidsconflict en niet op mediationvoorstellen inging.
De kantonrechter oordeelde dat er geen omstandigheden zijn die maken dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve eerder moet eindigen dan de datum waarop deze van rechtswege eindigt, namelijk de AOW-gerechtigde leeftijd van de werknemer. Er is geen ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever vastgesteld dat een billijke vergoeding zou rechtvaardigen. Het verzoek werd daarom afgewezen wegens gebrek aan belang en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden vastgesteld omdat de werkgever zich niet door een gemachtigde liet bijstaan.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.