Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
10 januari 2018, 29 maart 2018, 09 april 2018, 13 juni 2018, 14 juni 2018, 15 juni 2018,
18 juni 2018 en 25 juni 2018.
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde doodslag op haar dochter door val van een flatbalustrade in Hoogeveen op 8 juni 2015. De rechtbank acht onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig om te concluderen dat verdachte haar dochter heeft verwurgd of van de tiende verdieping heeft gegooid. Diverse deskundigenrapporten toonden aan dat de letsels aan het slachtoffer ook door een val uit grote hoogte kunnen zijn veroorzaakt, en dat verwurging niet met zekerheid kon worden vastgesteld.
Getuigenverklaringen, waaronder die van een bovenbuurman die een gesprek en een harde bons hoorde, werden door de rechtbank als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld vanwege inconsistenties en gebrek aan verifieerbaarheid. Het DNA-materiaal van verdachte op het t-shirt van het slachtoffer werd verklaard door het feit dat verdachte het slachtoffer die avond naar de wc bracht.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van tien jaar geëist voor doodslag, maar de rechtbank vond het bewijs onvoldoende om tot een veroordeling te komen. Ook de civiele vordering tot schadevergoeding van de vader van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat de strafrechtelijke aansprakelijkheid niet was vastgesteld. De rechtbank bepaalde dat de benadeelde partij de vordering bij de burgerlijke rechter moet aanbrengen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor betrokkenheid bij de dood van haar dochter.