Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 12 juli 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Smallingerland, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
weidebouwheeft de Hoge Raad in dit verband vervolgens geoordeeld, dat daarvan ook sprake kan zijn bij gebruik van de weilanden om dieren van gras te voorzien, door sporadisch te maaien om hooi als wintervoer te verzamelen en de weilanden te laten begrazen. Daarbij is niet van belang of de opbrengst van grasland wordt behaald door begrazing of door oogst (Hoge Raad 14 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3197, rechtsoverweging 2.2.4.).
nagenoeg geheelbedrijfsmatig wordt gebruikt. Het rondlopen van enkele exemplaren van de veestapel op hoofzakelijk voor privé gebruikt terrein is immers niet ongebruikelijk voor een agrarisch ondernemer zoals eiser. Ook de mestboekhouding brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel, omdat de overgelegde opgave van percelen dateert van 2010. Verweerder heeft gesteld dat elk jaar in mei opgave moet worden gedaan. Eiser heeft dat onvoldoende weersproken. Daarom ontleent de rechtbank aan de opgave over 2010 geen bewijskracht ten aanzien van het feitelijke bedrijfsmatige gebruik in 2015.
mindergroot dan 400 m², te weten 250 m². Partijen hebben daarover op zichzelf geen geschil. De vraag is nu of en zo ja, hoe daarmee rekening te houden bij de toepassing van de Taxatiewijzer.