ECLI:NL:RBNNE:2018:3666

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
18 september 2018
Publicatiedatum
13 september 2018
Zaaknummer
AWB - 17 _ 3947
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 227 GemeentewetArt. 3 Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2016 centrum Winschoten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Reclamebelasting op klok aan gevel werkplaats uurwerkhersteller bevestigd

Eiser, eigenaar van een werkplaats voor uurwerkherstel, kreeg een aanslag reclamebelasting opgelegd voor een klok die aan de gevel van zijn werkplaats hing en zichtbaar was vanaf de openbare weg binnen het aangewezen gebied. De rechtbank moest beoordelen of deze klok als een openbare aankondiging in de zin van artikel 227 van Pro de Gemeentewet en artikel 3 van Pro de Verordening kon worden aangemerkt.

De rechtbank oordeelde dat onder een openbare aankondiging wordt verstaan een tot het publiek gerichte mededeling die de belangstelling van het publiek moet trekken voor hetgeen wordt aangekondigd. Dit begrip omvat niet alleen reclame in enge zin, maar ook andere commerciële of ideële mededelingen. De klok, die qua stijl en kleur aansluit bij de werkplaats en dwars op de gevel is geplaatst zodat deze van twee kanten zichtbaar is, vormt volgens de rechtbank een dergelijke mededeling die de aandacht trekt voor de diensten van eiser.

Eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de klokken op de door hem overgelegde foto’s geen directe connectie hadden met de diensten die in die panden werden aangeboden, anders dan bij zijn eigen klok. De rechtbank concludeerde dat de aanslag terecht was opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag reclamebelasting op de klok.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 17/3947
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 18 september 2018 in de zaak tussen

[eiser] , te Winschoten, eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Oldambt, verweerder

in de persoon van [verweerder] .

Procesverloop

Het beroep is gericht tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 6 oktober 2017 op het bezwaarschrift van eiser tegen de aan hem opgelegde aanslag reclamebelasting 2017 ten bedrage van € 250 voor het object aan [adres A] .
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 september 2018. Eiser is verschenen.
Verweerder is verschenen, bijgestaan door [naam] .
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten en onmiddellijk daarna de mondelinge
uitspraak verdaagd voor de duur van 2 weken, onder aanzegging aan partijen van het tijdstip
van de uitspraak.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Gronden

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Eiser is eigenaar van het object, een werkplaats waar hij zijn vak als uurwerkhersteller uitoefent (de werkplaats). Aan de gevel van de werkplaats heeft eiser een klok bevestigd, die er in het gehele jaar 2017 heeft gehangen. Verweerder heeft hiervoor aan eiser de aanslag reclamebelasting 2017 opgelegd op grond van de “Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2016 centrum Winschoten” (de Verordening).
3. Ingevolge artikel 227 van Pro de Gemeentewet kan ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg een reclamebelasting worden geheven.
4. Op grond van artikel 3 van Pro de Verordening wordt onder de naam “reclamebelasting” een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn en zich bevinden binnen de aangewezen gebieden als bedoeld in artikel 2 van Pro de Verordening.
5. Niet in geschil is dat de klok vanaf de openbare weg zichtbaar is en dat de werkplaats van eiser gelegen is binnen het aangewezen gebied als bedoeld in artikel 2b (overig centrumgebied) van de Verordening. Tussen partijen is in geschil of de onderhavige klok valt onder het begrip “openbare aankondiging”, zoals bedoeld in artikel 227 van Pro de Gemeentewet. Eiser beantwoordt deze vraag ontkennend, verweerder bevestigend.
6. Gelet op vaste jurisprudentie (onder andere HR 30 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AX2154) dient onder de term “openbare aankondiging” te worden verstaan een ”tot het publiek gerichte mededeling welke erop is gericht de belangstelling van het publiek te trekken voor hetgeen wordt aangekondigd”. Het begrip “openbare aankondiging” omvat niet slechts reclame in enge zin, maar elke tot het publiek gerichte mededeling van commerciële dan wel ideële aard waarmee de aandacht wordt getrokken voor een dienst, een product of een boodschap (zie in deze zin Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 23 maart 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BW2256). Uit voormeld arrest van de Hoge Raad blijkt tevens dat de omstandigheid dat de belanghebbende met de uiting niet het oogmerk had om de belangstelling van het publiek te trekken op zichzelf niet maakt dat geen sprake is van een “openbare aankondiging”.
7. De rechtbank overweegt ten aanzien van de onderhavige klok als volgt. De klok is bevestigd aan de gevel van de werkplaats waar eiser zijn beroep als uurwerkhersteller uitoefent. De klassiek vormgegeven klok is door eiser uitgekozen omdat deze bij de bouwstijl van de werkplaats past. De klok is in dezelfde donkergroene kleur geschilderd als de kozijnen en de deur van de werkplaats en is dwars op de gevel geplaatst, zodat hij van twee kanten zichtbaar is. Onder deze omstandigheden, waarbij met name belang toekomt aan de duidelijk kenbare visuele samenhang tussen de klok en de werkplaats van een uurwerkhersteller, vormt de klok naar het oordeel van de rechtbank een tot het publiek gerichte mededeling die erop gericht is de belangstelling van het publiek te trekken voor de diensten van eiser als uurwerkhersteller. Daarmee is sprake van een openbare aankondiging als bedoeld in artikel 227 van Pro de Gemeentewet en art 3 van Pro de Verordening.
8. Het bij 7. vermelde oordeel wordt niet anders door de foto’s die eiser heeft overgelegd van openbare uurwerken aan diverse publieke, private en zakelijke panden (zoals onder meer een koffiesalon, een kerk en een apotheek). Voor zover eiser hiermee een beroep heeft willen doen op het gelijkheidsbeginsel, slaagt dit beroep niet. Van gelijke gevallen is namelijk reeds geen sprake, omdat de klokken op die foto’s - anders dan bij eiser het geval is - geen directe connectie hebben met de diensten die in die panden worden aangeboden.
9. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat verweerder de aanslag reclamebelasting terecht heeft opgelegd. Het beroep is ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is op 18 september 2018 gedaan door mr. M. van den Bosch, rechter, in aanwezigheid van R.H. Wolfslag, griffier. Hiervan is dit proces-verbaal opgemaakt. De beslissing is op voormelde datum in het openbaar uitgesproken, evenals de rechtsmiddelenverwijzing.
w.g. griffier
w.g. rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.