ECLI:NL:RBNNE:2018:3677
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot doodslag met kettingslot en oplegging TBS met dwangverpleging
Op 28 november 2017 sloeg verdachte meermalen met een kettingslot op het hoofd van het slachtoffer in Leeuwarden. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan poging tot doodslag, omdat het zwaaien met het kettingslot een aanmerkelijke kans op overlijden opleverde. Verdachte werd verminderd toerekeningsvatbaar geacht vanwege schizofrenie en cognitieve beperkingen.
De rechtbank nam getuigenverklaringen, camerabeelden en een geneeskundige verklaring mee in het bewijs. De verdediging betoogde dat het opzet tot doodslag ontbrak, maar de rechtbank verwierp dit en stelde dat het handelen van verdachte willens en wetens was gericht op dodelijk letsel.
Gezien het ernstige karakter van het feit, het justitiële verleden van verdachte en het advies van het Pieter Baan Centrum en de reclassering, legde de rechtbank naast een gevangenisstraf van negen maanden ook de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op. Dit vanwege het hoge recidiverisico en de noodzaak van langdurige behandeling en beveiliging.
De rechtbank oordeelde dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid de verpleging van overheidswege vereisten. De totale duur van de TBS-maatregel kan de vier jaar overschrijden. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen werden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging wegens poging tot doodslag met kettingslot.