ECLI:NL:RBNNE:2018:4909

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
26 november 2018
Publicatiedatum
4 december 2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 3266
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:81 AwbArt. 21 AVG
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken besluit persoonsgerichte aanpak

Verzoekster maakte bezwaar tegen de mededeling van verweerder over een persoonsgerichte aanpak waarbij meerdere instanties betrokken zijn en die de AVG in acht nemen. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen vanwege onduidelijkheden en mogelijke schending van privacy.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief van verweerder geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat deze geen rechtgevolgen heeft. Ook het bezwaar tegen de verwerking van persoonsgegevens kan niet via de Awb worden behandeld; daarvoor kan een klacht worden ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens of bezwaar worden gemaakt op grond van de AVG.

De voorzieningenrechter baseerde zich onder meer op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 oktober 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3484). Omdat alleen tegen een besluit bezwaar kan worden gemaakt, heeft het bezwaarschrift geen redelijke kans van slagen en wordt het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de mededeling geen besluit is in de zin van de Awb.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 18/3266
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 november 2018 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. J.S. Visser),
en

de burgemeester van de gemeente Stadskanaal, verweerder

(gemachtigden: G.D.R. Leenstra-Verweij en D.Y.Rexwinkel-Halman).

Procesverloop

Bij brief van 11 oktober 2018 heeft verweerder aan verzoekster kenbaar gemaakt over te gaan tot een persoonsgerichte aanpak. Daarbij heeft verweerder aangegeven dat de instellingen die bij de persoonsgerichte aanpak zijn betrokken de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in acht nemen.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij brief van 13 november 2018 heeft verzoekster aanvullende stukken aan de rechtbank doen toekomen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het geschil is behandeld op de zitting van 26 november 2018. Namens verzoekers is haar gemachtigde verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijste het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. Bij brief van 11 oktober 2018 heeft verweerder aan verzoekster kenbaar gemaakt over te gaan tot een persoonsgerichte aanpak. In de brief heeft verweerder aangekondigd dat verweerder en andere instanties zoals politie en woningbouwvereniging extra op verzoekster zal gaan letten. Daarbij heeft verweerder aangegeven dat de instellingen die bij de persoonsgerichte aanpak zijn betrokken de AVG in acht nemen.
2 Verzoekster heeft bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat sprake is van een spoedeisend belang als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gelet op de onduidelijkheden die thans bij verzoekster bestaan.
3 De voorzieningenrechter ziet zich gesteld voor de vraag of de brief van 11 oktober 2018 een besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb. De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag ontkennend omdat de brief geen rechtgevolgen heeft.
4 Voor zover het bezwaar ziet op de omstandigheid dat verweerder met in achtneming van de AVG gegevens heeft gedeeld in het kader van een persoonsgerichte aanpak is de voorzieningenrechter van oordeel dat de brief ook in zoverre geen besluit behelst als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Awb. Als verzoekster bezwaar heeft tegen het verwerken van haar persoonsgegevens kan zij een klacht indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens dan wel bezwaar maken als bedoeld in artikel 21 van Pro de AVG, wat zij, zoals ter zitting is gebleken, heeft gedaan.
5 De voorzieningenrechter vindt steun voor haar uitspraak in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 oktober 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3484).
6 Omdat slechts tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb bezwaar kan worden gemaakt heeft het bezwaarschrift geen redelijke kans van slagen. Onder deze omstandigheden dient het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening te worden afgewezen. Evenmin bestaat aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, voorzieningenrechter , in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 november 2018.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.