Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser, een Syrische vreemdeling, is op 22 november 2018 aangehouden en in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is opgelegd vanwege het belang van de openbare orde en het feit dat de noodzakelijke documenten voor terugkeer aanwezig zijn, namelijk een laissez passer van Spanje.
Eiser voerde aan dat de bewaring onrechtmatig en onevenredig is, omdat er geen sprake zou zijn van een verstoring van de openbare orde, geen terugkeerbesluit was genomen, en hij geen strafrechtelijk verleden heeft. Ook stelde hij dat een lichtere maatregel, zoals een meldplicht, passend zou zijn geweest.
De rechtbank oordeelt dat het rechtsvermoeden van artikel 59, tweede lid, Vw 2000 geldt en dat het belang van de openbare orde de bewaring rechtvaardigt. De rechtbank stelt vast dat de noodzakelijke documenten voor terugkeer aanwezig zijn en dat eiser eerder is aangezegd Nederland te verlaten. Het beroep op het ontbreken van een terugkeerbesluit wordt verworpen.
Het betoog dat een lichtere maatregel had moeten worden opgelegd, faalt omdat verweerder dit uitgebreid heeft gemotiveerd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.