ECLI:NL:RBNNE:2018:653
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kosten voor vakantie niet aftrekbaar van PGB-inkomsten in belastingaanslag
De zaak betreft een geschil over de belastingaanslag 2014 van eiser, die inkomsten uit zorgverlening ontving uit het persoonsgebonden budget (PGB) van zijn kind. Eiser bracht kosten van circa €7.000 voor vakantie naar een vakantiehuis in mindering op deze inkomsten. De Belastingdienst wees dit af en legde aanslagen en boetes op.
De rechtbank stelt vast dat de inkomsten uit zorgverlening moeten worden aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden. Kosten komen slechts voor aftrek in aanmerking indien zij zijn gemaakt in het kader van de uitvoering van deze werkzaamheden. De vakantie-uitgaven zijn privé van aard en niet zakelijk gerelateerd aan de zorgverlening, waardoor deze niet aftrekbaar zijn.
Voorts oordeelt de rechtbank dat de inkomsten uit zorgverlening persoonsgebonden zijn en niet verdeeld kunnen worden over de fiscale partners. Artikel 2.17 Wet IB 2001 somt limitatief op welke inkomsten tot het gemeenschappelijk inkomen behoren, en deze vallen daar niet onder.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de aanslagen en belastingrente. Zij wijst erop dat indien de echtgenote van eiser zorg verleent, zij met de SVB een betalingsregeling kan treffen zodat de inkomsten aan haar worden toegekend en belast.
De uitspraak is gedaan door rechter M. van den Bosch op 27 februari 2018 te Groningen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat vakantie-uitgaven niet aftrekbaar zijn van PGB-inkomsten.