ECLI:NL:RBNNE:2018:809
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op verzoek tot wraking van alle rechters wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft bij de rechtbank Noord-Nederland een wrakingsverzoek ingediend tegen alle rechters van de rechtbank, de rechterlijke macht en de rechtsstaat. Dit verzoek werd gedaan op grond van vermeende vooringenomenheid van de rechters.
De rechtbank beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en het beginsel van rechterlijke onpartijdigheid zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro. Hierbij geldt de uitgangspunt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek niet voldeed aan de vereisten omdat het geen concrete feiten of omstandigheden bevatte die de onpartijdigheid van individuele rechters aantasten. Het verzoek richtte zich op de gehele rechterlijke macht en de rechtsstaat, wat niet als grond voor wraking kan dienen. Daarom werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Een zitting ter behandeling van het wrakingsverzoek werd achterwege gelaten omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was en een debat over de gegrondheid daardoor niet aan de orde was. De beslissing werd op 27 februari 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van verzoeker tegen alle rechters is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.