Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 maart 2018 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
€ 501,- en een wegingsfactor 1).
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser, een jeugdige met een pervasieve ontwikkelingsstoornis en epilepsie, ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding en verzorging. Het college van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf stelde een tarief van 25% van het reguliere tarief vast voor hulp uit het sociale netwerk, gebaseerd op beleidsregels in plaats van de vereiste verordening.
De rechtbank oordeelt dat de tariefdifferentiatie tot de essentialia van het voorzieningenpakket behoort en daarom in de verordening moet worden vastgelegd. Het college was niet bevoegd dit in beleidsregels te regelen, waardoor het besluit onrechtmatig is genomen. Tevens was het onderzoek naar de toereikendheid van het lage tarief onvoldoende zorgvuldig en ontbrak een deugdelijke motivering.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en wijst het college aan binnen acht weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij het tarief rechtstreeks op de Jeugdwet moet worden gebaseerd en adequaat gemotiveerd moet zijn. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed en wordt het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college moet binnen acht weken een nieuw besluit op bezwaar nemen met inachtneming van deze uitspraak.