Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
(rechtbank: Penitentiaire Inrichting), waarin hij bevestigt dat [medeverdachte 1] het geld van aangever heeft afgepakt, ondersteunend. Er is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking nu bij [medeverdachte 2] en verdachte bekend was dat de reden van het bezoek aan aangever in de financiële sfeer was gelegen en de rollen inwisselbaar waren.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
In beslag genomen goederen
Benadeelde partij
1. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 19.227,50 ter zake van materiële schade en € 500,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, met daarnaast een proceskostenvergoeding ter hoogte van
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen geldbedrag van € 2.276,50.
[slachtoffer 1]niet ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
[slachtoffer 3]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
3.953,-(zegge: drieduizend negenhonderddrieënvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2018, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.
[slachtoffer 3]voor het overige niet ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
[slachtoffer 3]te betalen een bedrag van €
3.953,-(zegge: drieduizend negenhonderddrieënvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2018, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 49 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag betreft materiële schade.
[slachtoffer 3]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte - al dan niet samen met zijn mededader - aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Bijlage I
Overzicht tapgesprekken
- De telefoon die afgenomen was een iPhone 8+ was, met telefoonnummer [mobielnummer] en IMEI-nummer [nummer] ;
- [slachtoffer 2] een afschrift van [bedrijf 1] had;
- De afschrijving om 11:19 uur om maandag 11 juni 2018 plaatsvond van één cent.
de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1]) bij ons huis langs. Eenmaal binnen schold [medeverdachte 1] mijn dochter uit. Hij was heel erg boos op mijn dochter. Mijn dochter moest haar bankpas en ID-kaart pakken en meenemen. Hij zei tegen [slachtoffer 2] dat hij veel kwijt is geraakt door [slachtoffer 2] . Hij zei tegen [slachtoffer 2] dat [slachtoffer 2] ervoor moet zorgen dat dit geld weer terugkomt. Hij zei tegen [slachtoffer 2] dat ze gelijk mee moest gaan om een telefoonabonnement af te sluiten. [medeverdachte 1] deed het woord. Ze zijn toen weggegaan.