Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede en het derde middel
4.Beslissing
26 november 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor poging diefstal met geweld tegen de eigenaar van een fotocamera. Op 3 januari 2010 betrad verdachte de woning van de aangever om geld te innen dat zijn broer tegoed had. Hij nam een fotocamera mee om druk uit te oefenen, wat leidde tot een worsteling waarbij de camera beschadigd raakte.
De verdediging stelde dat verdachte niet het oogmerk had om de camera wederrechtelijk toe te eigenen, maar deze slechts gebruikte om de vordering kracht bij te zetten. Het hof oordeelde echter dat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening wel aanwezig was, omdat verdachte de camera als 'heer en meester' probeerde te gebruiken en niet direct teruggaf ondanks verzoeken daartoe.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het feit dat verdachte de camera wilde teruggeven na betaling niet afdoet aan het wederrechtelijke oogmerk. De bewijsvoering, bestaande uit verklaringen van aangever en verdachte en het proces-verbaal, is toereikend gemotiveerd. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verdachte handelde met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening en verwerpt het cassatieberoep.