ECLI:NL:RBNNE:2019:1300
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering dotatie transitievergoeding als voorziening in inkomstenbelasting 2014
Eiser, die tot eind 2015 een eenmanszaak dreef en in 2014 personeel in dienst had, had een dotatie aan de voorziening 'Transitievergoeding' opgenomen in zijn aangifte inkomstenbelasting 2014. Deze dotatie werd geweigerd door de Belastingdienst omdat niet voldaan zou zijn aan de voorwaarden voor het vormen van een voorziening.
De rechtbank stelt vast dat de transitievergoeding per 1 juli 2015 is ingevoerd en dat op 31 december 2014 nog geen redelijke mate van zekerheid bestond dat werknemers onvrijwillig zouden vertrekken, wat een voorwaarde is om een voorziening te vormen. De maatschappelijke ontwikkeling alleen is onvoldoende om die zekerheid aan te nemen.
De rechtbank volgt de Hoge Raad in het Baksteenarrest dat toekomstige uitgaven alleen als voorziening mogen worden opgenomen als zij hun oorsprong vinden in feiten vóór de balansdatum, aan die periode kunnen worden toegerekend en er redelijke zekerheid bestaat dat ze zich zullen voordoen.
Omdat aan deze voorwaarden niet is voldaan, is de weigering van de dotatie terecht en blijven de aanslagen en belastingrente in stand. De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de weigering van de dotatie aan de voorziening transitievergoeding en verklaart het beroep ongegrond.