Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
ten aanzien feit 1aangevoerd dat de ten laste gelegde geweldsvarianten ten aanzien van [slachtoffer 1] niet kunnen worden bewezen. Er is namelijk geen bewijs dat verdachte [slachtoffer 1] met een metalen scharnier/duimheng of ander voorwerp heeft geslagen, zoals telkens in de feitelijke omschrijving van het geweld staat omschreven.
ten aanzien feit 2aangevoerd, dat met betrekking tot de primair ten laste gelegde poging tot doodslag op [slachtoffer 2] het (voorwaardelijk) opzet op het gevolg (de dood) ontbreekt. Verdachte werd met een baksteen aangevallen en heeft daarop een scharnier van de grond gepakt, waarmee hij - ter zelfverdediging - blind om zich heen heeft geslagen. Onbekend is gebleven wat het gewicht van dat scharnier was. Het ontstaan van een snijwond en een breuk bij het oog van [slachtoffer 2], zegt niets over de kracht van het slaan door verdachte. Bij de oogkas zitten namelijk veel kleine botjes. Een goede medische onderbouwing van (het ontstaan van) het letsel ontbreekt. Verdachte heeft niet bewust aanvaard dat [slachtoffer 2] als gevolg van zijn handelen zou kunnen overlijden.
ten aanzien van feit 3de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 3] niet bewezen en refereert zich ten aanzien de subsidiair ten laste gelegde mishandeling aan het oordeel van de rechtbank.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
1. [slachtoffer 2], tot een bedrag van € 415,00 ter zake van materiële schade en € 2.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [slachtoffer 3], tot een bedrag van € 19,65 ter vergoeding van materiële schade en
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.
een gedeelte, groot 9 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
[slachtoffer 2]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
2.415,00(zegge: tweeduizend vierhonderdenvijftien euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 november 2018.
[slachtoffer 3]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 669,65(zegge: zeshonderdnegenenzestig euro en vijfenzestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 november 2018.