Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.De verzoeken
4.Het standpunt van de Raad
5.De beoordeling
6.De beslissing
dinsdag 30 april 2019in tegenwoordigheid van de griffier.
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde een verzoek tot vernietiging van de wederzijdse erkenningen van twee minderjarige kinderen door hun niet-biologische moeders, alsmede een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van een van de kinderen. De verzoeksters, voormalige echtgenoten, hadden elkaars kinderen erkend, maar hun verstandhouding was zodanig verslechterd dat gezamenlijk ouderschap niet langer mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de verzoeksters niet ontvankelijk waren in hun verzoeken tot vernietiging, omdat zij geen tijdige wilsgebreken hadden gesteld zoals vereist volgens de wet. De bijzonder curator, belast met de belangen van de minderjarigen, verzocht eveneens vernietiging en dit verzoek werd toegewezen, mede op advies van de Raad voor de Kinderbescherming.
De vernietiging van de erkenningen heeft terugwerkende kracht, waardoor de erkenningen geacht worden nooit gevolgen te hebben gehad. Dit betekent dat de minderjarigen niet als kinderen van de erkenners worden beschouwd en dat het naamrecht alleen betrekking heeft op de biologische moeder. De rechtbank verklaarde daarom ambtshalve dat de geslachtsnaam van het kind gelijk is aan die van de biologische moeder. Het verzoek tot geslachtsnaamwijziging werd niet-ontvankelijk verklaard omdat dit niet door de rechtbank maar door het ministerie wordt beoordeeld.
De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitgesproken op 30 april 2019 te Groningen door rechter B.R. Tromp. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De wederzijdse erkenningen van de minderjarige kinderen worden vernietigd en de geslachtsnaam van het kind wordt verklaard gelijk aan die van de biologische moeder.