Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 30 april 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Eindhoven, verweerder
de Minister voor Rechtsbescherming(de Minister).
Procesverloop
Overwegingen
tot en met1 augustus 2013 staat vermeld, terwijl (als het gelijk wat betreft de eerste vraag aan verweerder is) niet in geschil is dat de premieplichtige periode in Nederland loopt
tot1 augustus 2013. Tevens is in geschil of eiser recht heeft op verrekening van voorheffingen met de aanslag IB/PVV 2013 vanwege een netto-loonafspraak tussen eiser en [afk. werkgever b] en/of [afk. werkgever c] , en of eiser recht heeft op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Tenslotte is in geschil of eiser recht heeft op schadevergoeding.
1. Op degene die in twee of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst pleegt te verrichten, is van toepassing:
a) de wetgeving van de lidstaat waar hij woont, indien hij aldaar een substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden verricht, of
i) de wetgeving van de lidstaat waar de zetel of het domicilie van de onderneming of de werkgever zich bevindt, indien hij in dienst is van één onderneming of werkgever, (…)”.