Uitspraak
volgens het reiskostenforfait f 200,--
f 800,--
f 4.792,02
f 2.674, 75
f 164,--(af) f 20.849,06.
- in 1977 geen premies volksverzekeringen en loonbelasting zijn afgedragen, en
- geen behoorlijke loonadministratie werd gevoerd;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende was in 1977 bij diverse koppelbazen werkzaam die geen premies volksverzekeringen en loonbelasting hadden afgedragen en geen behoorlijke loonadministratie voerden. De Inspecteur stelde het belastbaar inkomen vast op een hoger bedrag dan door belanghebbende opgegeven, waarbij werd aangenomen dat geen inhouding van premies en loonbelasting had plaatsgevonden bij de betrokken werkgevers.
Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat inhouding had plaatsgevonden en verwierp zijn grieven, waardoor het belastbare inkomen werd vastgesteld op het door de Inspecteur genoemde bedrag. Belanghebbende stelde in cassatie dat hij te goeder trouw was en niet kon weten dat zijn werkgevers malafide waren, en dat bij een netto-loonovereenkomst de niet-ingehouden loonbelasting en premies toch verrekend moeten worden.
De Hoge Raad overweegt dat indien de werknemer te goeder trouw is en redelijkerwijs mocht aannemen dat inhouding had plaatsgevonden, de niet-ingehouden loonbelasting en premies gelijkgesteld moeten worden met inhouding en verrekend kunnen worden met de aanslag. Het hof had echter nagelaten te onderzoeken of belanghebbende te goeder trouw was, waardoor het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar het goed vertrouwen van de werknemer bij niet-ingehouden loonbelasting en premies.