Onzuiver inkomen f 19.740,87
Aftrek wegens premies volksverzekeringen
f 2.674, 75
belastbaar inkomen f 17.066,12.
De Inspecteur heeft bij het opleggen van de aanslag het belastbare inkomen berekend als volgt:
1) aangegeven belastbaar inkomen f 17.066,12
2) niet aangeven loon [E] (niet in geschil) f 1.825,12
3) daarop ingehouden premies A.O.W./A.W.W. (niet in geschil) f 206, 91 (af)
4) niet ingehouden premies A.O.W./A.W.W. op loon [A] f 325,--
[B] f 487,50
[C] f 606,07
[D] f 910,16
5) wel in aangegeven belastbaar inkomen begrepen maar bij aanslagregeling abusievelijk buiten beschouwing gelaten in 1977 terugontvangen premies A.O.W/A.W.W.
f 164,--(af) f 20.849,06.
Met de aanslag is verrekend de ingehouden loonbelasting door [E] van f 226,27, door [F] en [G] van f 450,43 en de ingehouden loonbelasting op de ziektewetuitkering van f 142, 52.
De Inspecteur heeft aangenomen dat genoemde koppelbazen geen premies volksverzekeringen ten bedrage van respectievelijk f 325,--, f 487,50, f 606,07 en f 910,16 ( of f 2.328,73) en geen loonbelasting ten bedrage van respectievelijk f 366,08, f 549,12, f 756,51 en f 1.193,83 (of f 2.865,54) hebben ingehouden op het loon van belanghebbende;”;
Overwegende dat het Hof de standpunten van partijen als volgt heeft weergegeven:
dat van belanghebbende:
“dat belanghebbende, in afwijking van zijn beroepschrift, als grieven aanvoert, dat het belastbare inkomen moet worden vastgesteld op f 17.384,33 en dat loonbelasting f 3.684,76 moet worden verrekend;
dat belanghebbende ter zitting – gedeeltelijk in afwijking van zijn beroepschrift – zakelijk het volgende heeft gesteld:
Uit de bij het beroepschrift en de ter zitting overgelegde loonverklaringen en loonstrookjes blijkt dat belanghebbendes werkgevers [A] , [B] , [C] en [D] aan hun inhoudingsverplichtingen tegenover de fiscus hebben voldaan.
Belanghebbende wist niet en kon ook niet weten dat voormelde werkgevers malafide waren. Het netto-loon was niet uitzonderlijk hoog. De overgelegde loonspecificaties maken de inhoudingen van de betrokken werkgevers aannemelijk.
Belanghebbende had geen reden om te twijfelen dat loonbelasting en premies volksverzekeringen ingehouden werden.
De Inspecteur heeft te bewijzen dat belanghebbende wist, althans behoorde en kon weten dat hij bij malafide werkgevers in dienst trad. Belanghebbende was bij indiensttreding bij de betrokken werkgevers te goeder trouw.
Het belastbare inkomen moet worden vastgesteld op f 17.066,12 (aangegeven bedrag) plus f 1.618,21 (loon [E] minus ingehouden premies A.O.W./A.W.W.) minus f 1.300,-- (saldo premies sociale verzekeringen) is f 17.384,33;”;
dat van de Inspecteur:
“dat de Inspecteur heeft geconcludeerd dat de uitspraak, waarvan beroep, moet worden vernietigd en de aanslag moet worden vastgesteld op nihil;
dat de Inspecteur ter zitting zakelijk heeft aangevoerd:
Het belastbare inkomen bedraagt f 20.849,06 plus voormeld bedrag van f 164,-- minus het door belanghebbende genoemde saldo premies sociale verzekeringen ten bedrage van f 1.300,-- is f 19.713,66.
Ten aanzien van het door belanghebbende gestelde dat hij te goeder trouw handelde moet worden opgemerkt dat hij ook nog in de jaren 1978 en 1979 voor koppelbazen heeft gewerkt. Voor het overige wordt volhard bij het standpunt zoals in het vertoogschrift vermeld;”;
Overwegende dat het Hof omtrent het geschil heeft overwogen:
“dat het Hof op grond van de betrouwbaar geachte verklaringen van de Inspecteur aanneemt, dat door de voormelde werkgevers [A] , [B] , [C] en [D] ten name van belanghebbende