Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 20 mei 2019 in de zaak tussen
Stichting Exploitatie Winkelpark Sontplein, gevestigd te Haarlem, eiseres,
het college van burgemeester en wethouders van Groningen, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- detailhandel in niet-volumineus, branchevreemd assortiment ter plaatse als onzelfstandig onderdeel van een vestiging voor detailhandel in volumineuze goederen is toegestaan, mits de omvang niet meer bedraagt dan 15% van de totale verkoopvloeroppervlakte, met dien verstande dat deze oppervlakte maximaal 300 m2 per vestiging mag bedragen;
- detailhandel in voedings- en genotmiddelen niet is toegestaan;
- zelfstandige detailhandelsvestigingen, anders dan de onder a1 tot en met a9 genoemde, waarvan het assortiment uitsluitend of overwegend uit niet-volumineuze goederen bestaat, niet zijn toegestaan;
- uitsluitend is toegestaan: detailhandel in de vorm van woonwarenhuizen, in bruin- en witgoed, in fietsen en in sportartikelen en -kleding met een minimum bruto vloeroppervlak van 1500 m²;
- niet is toegestaan: detailhandel in voedings- en genotmiddelen.
Beslissing
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2019.