Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Machtiging tot voortgezet verblijf
Beschikking van 7 januari 2019,
[naam 1] ,
Procesverloop
Beoordeling
Beslissing
fn: sb)
Rechtbank Noord-Nederland
De officier van justitie verzocht op 10 december 2018 om een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. Bij het verzoek was een geneeskundige verklaring overgelegd, voorzien van een digitale handtekening van de geneesheer-directeur. De rechtbank stelde vragen over de geldigheid van deze digitale handtekening, omdat de Hoge Raad vereist dat de handtekening persoonlijk moet zijn gezet.
Na telefonisch overleg met de geneesheer-directeur bleek dat deze uitdrukkelijk toestemming had gegeven aan een managementassistente om de verklaring digitaal te ondertekenen en te versturen. De rechtbank achtte dit voldoende om te voldoen aan de eis van persoonlijke ondertekening, mede gelet op technische ontwikkelingen.
Uit de medische verklaring en het verhoor bleek dat betrokkene lijdt aan dementie en ernstige gedragsstoornissen, waardoor zij gevaarlijk is voor zichzelf en zichzelf ernstig zal verwaarlozen zonder de structuur van het psychiatrisch ziekenhuis. Dit gevaar kan niet buiten het ziekenhuis worden afgewend en betrokkene is niet bereid vrijwillig te verblijven.
De rechtbank verleende daarom de machtiging tot voortgezet verblijf tot en met 13 december 2019. De beschikking is op 7 januari 2019 mondeling gegeven en op 8 januari schriftelijk uitgewerkt.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortgezet verblijf met een digitale handtekening onder de geneeskundige verklaring.