ECLI:NL:RBNNE:2019:2905
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen verlaging uren huishoudelijke hulp op grond van Wmo 2015
Eiseres ontving aanvankelijk zes uur huishoudelijke hulp per week op grond van de Wmo 2015 vanwege haar gezondheidsproblemen en de zorg voor haar zoon. Na een herbeoordeling is dit teruggebracht naar vier uur per week, waarbij rekening is gehouden met een bijdrage van haar oudste zoon in het huishouden.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze verlaging en stelde dat haar zoon niet kan bijdragen vanwege werk en studie, en dat zij meer uren nodig heeft vanwege haar COPD en de extra belasting door haar jongste zoon. Verweerder handhaafde het besluit, stellende dat de oudste zoon twee uur per week gebruikelijke zorg kan leveren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende onderzoek had gedaan, waaronder gesprekken met consulent en huishoudelijke hulp, en dat de indicatie passend was. De stelling van eiseres dat haar zoon overbelast zou zijn of mantelzorg verricht, werd niet onderbouwd. Ook het verzoek om extra uren voor het begeleiden van de jongste zoon werd niet gegrond verklaard.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van de huishoudelijke hulp is ongegrond verklaard.