ECLI:NL:RBNNE:2019:3872
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen inbeslagname gevaarlijke hond
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester van Emmen tot inbeslagname van hun hond, een keeshond die meerdere malen betrokken was bij bijtincidenten en blafoverlast. De hond was eerder als gevaarlijk aangemerkt en onderworpen aan een aanlijn- en muilkorfgebod, welke op 6 augustus 2019 niet werden nageleefd.
De voorzieningenrechter overweegt dat de burgemeester op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet bevoegd is om bij verstoring van de openbare orde maatregelen te nemen, waaronder inbeslagname van een hond. De herhaalde incidenten en het niet naleven van opgelegde geboden vormen een ernstige inbreuk op de openbare orde, rechtvaardigend dat de burgemeester tot inbeslagname overging.
Hoewel de motivering van het primaire besluit op enkele punten onvoldoende duidelijk is, zoals de keuze voor artikel 172 Gw Pro boven bestuursdwang en de verhouding tot de gemeentelijke beleidsregels, acht de voorzieningenrechter de maatregel voorlopig proportioneel en noodzakelijk. Verweerder was niet aanwezig bij de zitting, waardoor overleg over de situatie niet mogelijk was. Verzoekers erkenden de problemen veroorzaakt door de hond en de noodzaak van naleving van de geboden.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en benadrukt dat partijen binnen veertien dagen overleg moeten voeren over de toekomst van de hond, waarbij verweerder het initiatief neemt. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de inbeslagname van de hond wordt afgewezen.