ECLI:NL:RBNNE:2019:3971
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens verjaring ontnemingsmaatregel
Veroordeelde werd in 2004 veroordeeld tot een ontnemingsmaatregel van €12.866, waarvan betaling uitbleef. In 2018 vorderde de officier van justitie lijfsdwang voor 90 dagen om betaling af te dwingen. De rechtbank hield de zaak aan voor nader schriftelijk standpunt en hoorde partijen opnieuw in september 2019.
De officier van justitie stelde dat de executietermijn 16 jaar bedroeg, gebaseerd op verjaringstermijnen uit het Wetboek van Strafrecht, en dat lijfsdwang voorwaardelijk kon worden opgelegd. Veroordeelde gaf aan dat hij recentelijk terugkeerde uit Duitsland en een betalingsregeling van €50 per maand wilde treffen.
De rechtbank oordeelde dat de verjaringstermijn van het recht tot uitvoering van de ontnemingsmaatregel acht jaar bedroeg, ingaande vanaf oktober 2004, en derhalve in 2012 was verstreken. Dit leidde tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in zijn vordering tot lijfsdwang.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk wegens verjaring van het recht tot uitvoering van de ontnemingsmaatregel.