ECLI:NL:RBNNE:2019:4292
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfseenheden wegens hennephandel
Op 3 juni 2019 heeft de politie in Friesland invallen gedaan in meerdere bedrijfsruimtes aan een adres te [plaats 1], waarbij in één bedrijfsruimte 252 hennepstekken werden aangetroffen. De burgemeester van Leeuwarden legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de bedrijfseenheden 7B tot en met 7G voor zes maanden.
Verzoekster, huurder van de bedrijfseenheden 7B tot en met 7E, maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester terecht kon aannemen dat sprake was van een functionele eenheid tussen de bedrijfseenheden, mede gelet op bestuurlijke rapportages en waarnemingen van de politie.
De voorzieningenrechter vond dat de burgemeester de sluiting van alle genoemde bedrijfseenheden redelijk kon besluiten, ook gelet op het gevaar voor de omgeving en het vermoeden van georganiseerde drugshandel. De belangenafweging achtte de rechter deugdelijk en concludeerde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigde de sluiting van de bedrijfseenheden voor de opgelegde periode.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de bedrijfseenheden wordt afgewezen.