ECLI:NL:RVS:2019:1928
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.J. van Eck
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens handelshoeveelheid harddrugs en drugslaboratorium
De burgemeester legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op tot sluiting van een woning waar aanzienlijke hoeveelheden harddrugs, drugsprecursoren en laboratoriumapparatuur werden aangetroffen. De bewoners, appellanten, betoogden dat de aangetroffen goederen niet bestemd waren voor verkoop maar voor vernietiging, en dat het tuinhuis nooit als drugslaboratorium had gefunctioneerd.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de burgemeester terecht uitging van een handelshoeveelheid drugs die mede bestemd was voor verkoop, gezien de omvang van de aangetroffen stoffen en apparatuur. De Raad verwierp het verweer dat de goederen slechts ter vernietiging aanwezig waren, mede vanwege de lange periode tussen het vervoer van de goederen en de vondst.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting van de woning. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning wegens handelshoeveelheden harddrugs en drugslaboratorium.