ECLI:NL:RBNNE:2019:4570
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek aanvullende beurs zonder rekening te houden met inkomen vader wegens ontbreken ernstig en structureel conflict
Eiseres verzocht bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om het inkomen van haar vader niet mee te nemen bij de vaststelling van haar aanvullende beurs, met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2017. De minister wees dit verzoek af omdat niet was aangetoond dat sprake was van een ernstig en structureel conflict tussen eiseres en haar vader. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, maar ook dit bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank behandelde het beroep en overwoog dat de wettelijke regeling (artikel 3.14 Wsf 2000 en het Besluit studiefinanciering 2000) een uitzondering maakt op de hoofdregel dat het ouderlijk inkomen wordt meegerekend, maar alleen bij een langdurig ernstig verstoorde relatie of onvindbaarheid van de ouder. Eiseres voerde aan dat er sprake is van een ernstig en structureel conflict, onderbouwd met een verklaring van een psycholoog, maar de rechtbank vond dit onvoldoende bewijs van een zodanig fundamenteel conflict zoals vereist.
De rechtbank concludeerde dat het conflict niet voldoet aan de criteria van ernstig lichamelijk of geestelijk geweld, noch aan structurele conflicten rond levensovertuiging, cultuur of geloof. Het ontbreken van contact en financiële bijdrage alleen is onvoldoende. Daarom mocht de minister het verzoek afwijzen en werd het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het inkomen van haar vader wordt meegenomen bij de aanvullende beurs.