Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 december 2019 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Bevoegdheid tot afwijking van het bestemmingsplan
Artikel 4.6.1, aanhef en onder b, van het bestemmingsplan bepaalt dat met omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.5, aanhef en onder g, in die zin dat ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’ tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1, 2, 3.1 en 3.2.
Uit artikel 4.6.2, aanhef en onder b, van het bestemmingsplan blijkt dat deze afwijking niet alleen toelaatbaar is voor bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 1. Het tweede gedeelte van onderdeel b bepaalt namelijk dat de afwijking ook kan worden toegestaan voor bedrijven die wel zijn genoemd in bijlage 1 onder een hogere dan de toegestane categorie, maar die in een individueel geval een lagere milieubelasting hebben. De rechtbank merkt op dat deze uitbreiding van de afwijkingsmogelijkheid niet is ondergebracht in artikel “4.6.1 Afwijking”, maar in artikel “4.6.2 Toetsingskader”. Hoewel dit systematisch niet logisch is, doet het niet af aan het feit dat de gemeenteraad blijkbaar bedoeld heeft om deze afwijking mogelijk te maken. De stelling dat verweerder niet bevoegd was om de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid te gebruiken treft dan ook geen doel.
Afwijkingsbepaling onverbindend?
Beoordelingskader binnenplanse afwijking
Om te bepalen of de veemarkt gelijk te stellen is aan een bedrijf in categorie 3.2 moet worden aangetoond dat de geluidsbelasting van de veemarkt gelijk te stellen is met een categorie 3.2 bedrijf en daarvoor mag de maatgevende afstand voor geluid niet groter zijn dan 100 meter.
Met betrekking tot het aspect geur stelt verweerder zich op het standpunt dat in de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering de richtafstand voor een veemarkt voor het aspect geur 50 meter is. Het bedrijf zou voor dit aspect vallen in categorie 3.1, die op deze locatie bij recht is toegestaan. Er waren daarom geen redenen om specifiek aandacht te besteden aan het aspect geur.
De categorie-indeling van een bedrijfstype is gebaseerd op basis van vier aspecten, namelijk geur, stof, geluid en gevaar. Deze zijn ontleend aan de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering. Hierbij horen richtafstanden die worden gebruikt voor de afstemming tussen woningen en belastende functies. Verweerder heeft de richtafstanden die gelden voor bedrijven in categorie 3.2 vergeleken met de richtafstanden voor categorie 4.1. Deze richtafstanden gelden niet voor bedrijventerreinen, maar zijn alleen gebruikt om de gelijkwaardigheid te beoordelen. De richtafstanden die betrekking hebben op geur, stof en gevaar zijn voor een veemarkt kleiner dan de richtafstanden die voor categorie 3.2 gelden. Daarom hoeven deze aspecten naar het oordeel van de rechtbank niet opnieuw beoordeeld te worden. Alleen de richtafstand voor geluid voor een veemarkt is groter dan de richtafstand die geldt voor categorie 3.2. Daarom hoeft alleen dit aspect onderzocht te worden om te kunnen beoordelen of een veemarkt (qua milieueffecten) gelijkgesteld kan worden aan een bedrijf in categorie 3.2. De aangevoerde beroepsgrond treft daarom geen doel.
Voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.6.1 van het bestemmingsplan geldt daarnaast dat daarvan alleen sprake kan zijn als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
De veemarkt moet verhuizen van het WTC-complex omdat de ruimten die zij daar gebruikt een andere functie krijgen en/of worden her-ontwikkeld. Omdat er geen sprake is van een beoogde groei van de veemarkt, heeft verweerder zich mogen baseren op het aantal verkeersbewegingen in de huidige situatie. Eiseressen stellen slechts dat de inschatting onjuist is, maar onderbouwen dat standpunt niet, terwijl dat wel op hun weg ligt. Deze beroepsgrond faalt daarom eveneens.
Akoestisch onderzoek en geluidsoverlast
Verweerder heeft zijn oordeel over het aspect geluid gebaseerd op een rapport van twee deskundige partijen ( [bureau 1] en [bureau 2] ). Eiseres heeft daar geen deskundigenrapport tegenovergesteld. Eiseres heeft wel aangevoerd dat in het rapport ten onrechte geen rekening is gehouden met het geluid van dieren.
In het rapport van [bureau 2] is opgenomen dat de akoestisch relevante activiteiten met name betrekking hebben op de verkeersbewegingen, die plaatsvinden op het buitenterrein. Eiseressen stellen dat de dieren zelf als geluidsbron in het onderzoek betrokken hadden moeten worden, maar zij onderbouwen dat standpunt niet. Deze enkele stelling is onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van het deskundigenadvies.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder op basis van de resultaten van het geluidsonderzoek terecht heeft geconcludeerd dat de veemarkt voor wat betreft de geluidsbelasting gelijkgesteld kan worden met een bedrijf uit categorie 3.2. Er kan daarom niet gezegd worden dat het realiseren van een veemarkt op deze locatie in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot de belangen van eiseressen stelt de rechtbank vast dat op grond van het bestemmingsplan een veemarkt is toegestaan op de locatie recht tegenover de plaats waar eiseressen gevestigd zijn. Eiseressen zouden daardoor alle gevolgen van de vestiging van een veemarkt moeten dulden op een locatie die zich dichterbij hen bevindt dan de locatie waarvoor de bestreden omgevingsvergunning is verleend. Daarom heeft verweerder in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat de belangen van eiseressen niet hoeven te leiden tot het weigeren van de omgevingsvergunning.
Deze grond treft daarom geen doel.
Natura 2000
Conclusie