ECLI:NL:RBNNE:2019:5284
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatieaanvraag zelfstandige wegens overschrijding termijn
Eiseres, een zelfstandige die in 2005 en 2007 bevallen is, diende een aanvraag in voor compensatie op grond van de Tijdelijke regeling compensatie zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten. Deze aanvraag werd afgewezen omdat deze buiten de gestelde termijn van 15 mei 2018 tot 1 oktober 2018 was ingediend.
Eiseres voerde aan dat zij niet tijdig op de hoogte was van de regeling en dat het UWV en de Minister onvoldoende hadden gedaan om de regeling onder de aandacht te brengen, mede in het licht van het VN-Vrouwenverdrag. De rechtbank oordeelde echter dat de termijn dwingendrechtelijk is en dat onbekendheid met de regeling geen reden is om hiervan af te wijken.
Verder werd geoordeeld dat het VN-Vrouwenverdrag geen absoluut recht op inkomen geeft, maar slechts beoogt dat er voor vrouwen een vorm van bevallingsverlof met behoud van inkomen bestaat, waarbij de modaliteiten aan de verdragsstaten zijn. De Tijdelijke regeling voldoet aan deze verplichtingen, en er is geen reden om deze onverbindend te achten.
De rechtbank zag ook geen strijd met beginselen van behoorlijk bestuur of ongeschreven recht, ondanks de persoonlijke omstandigheden van eiseres. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de compensatieaanvraag wegens overschrijding van de termijn is ongegrond verklaard.