Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Emmen, verweerder
de Minister voor Rechtsbescherming, de Minister.
Procesverloop
Overwegingen
‘DEFINITIE
(…)
BESTUUR: TAAK EN BEVOEGDHEDEN
Artikel 4
Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
VERGADERING VAN PARTICIPANTEN
Artikel 9
Verlening incidentele prestatiesubsidie voor activiteitenprogramma 2010 [eiseres] ; verplichtingennummer: [#####]’.
Toekenningsbrief incidentele subsidie Versterken culturele infrastructuur [X] Museumbeleid Beleidsplan [Projectplan A]’.
‘Subsidieaanvraag Beleidsplan [Projectplan A].
herziene subsidieaanvraag “ [Projectplan A] ”’.
Aanvullende subsidie herzien projectplan [Projectplan A]’.
- Subsidieaanvrager de subsidies op eigen naam heeft aangevraagd, maar heeft gehandeld als penvoerder;
- Subsidieaanvrager de subsidies heeft ontvangen van de Provincie, namens subsidiegerechtigde;
- [eiseres] diensten tegen overeengekomen vergoeding heeft verleend aan subsidiegerechtigde;
- [eiseres] de haar toekomende vergoedingen heeft verrekend met de bedragen welke zij als penvoerder namens subsidiegerechtigde heeft ontvangen;
- Voor deze wijze van afwikkeling is gekozen vanuit doelmatigheidsoverwegingen.’
- Kennisdeling: educatie, vrijwilligers, pr en marketing, collectiebeleid, cultureel, ondernemerschap (bijvoorbeeld fondsenwerving)
- Samenwerking: opstarten samenwerkingsverbanden voor pr, marketing, educatie, vrijwilligersbeleid, inkoop facilitaire ondersteuning, collectiebeleid en cultureel ondernemerschap
Museummagazine
Nieuwsbrief
Museumpas
Museumcongres
Abonnement Museumpeil
Deskundigheidsbevordering
Netwerkontwikkeling
[website]
[project 1]
[project 2]
Digitalisering en ontsluiting collecties
[project 3]
Vaststelling belastingplicht [btw nummer]’ aan eiseres gestuurd. In deze brief van verweerder is, voor zover van belang, het volgende vermeld:
BIJLAGE
namensde participanten) de subsidie heeft aangevraagd bij de provincie. Volgens eiseres is de subsidie ook verleend aan elke van de individuele participanten, maar is vanwege doelmatigheidsredenen ervoor gekozen de subsidie in één keer uit te betalen aan eiseres. Daarnaast stelt eiseres dat er rechtsbetrekkingen bestaan tussen haar en alle participanten. Op grond van deze rechtsbetrekkingen verricht eiseres prestaties aan de participanten en hiertegenover staat dat de participanten geld verschuldigd zijn aan eiseres. Eiseres verrekent vervolgens de namens de participanten ontvangen subsidie met de door haar in rekening te brengen vergoedingen voor de aan de participanten verrichte prestaties. Het standpunt van eiseres kan, zoals ter zitting is bevestigd, als volgt gestileerd worden weergegeven:
namenselk van de individuele participanten heeft aangevraagd. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat de besluiten waarbij de subsidie werd verleend, steeds zijn gericht aan eiseres (zie 1.6., 1.7., 1.8. en 1.10.). Bovendien heeft eiseres ter zitting verklaard dat het een projectsubsidie betrof en dat de omvang van de subsidie alleen afhankelijk was van de voorstellen uit het ingediende plan (dus: om de daarin beschreven doelstellingen te bereiken), maar niet van het aantal participanten. Gelet hierop acht de rechtbank het niet aannemelijk dat eiseres als penvoerder, dus namens de participanten, is opgetreden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet bewezen dat de subsidie is verleend aan de participanten.
klankbordvoor het bestuur van de stichting. Uit de statuten volgt dus naar het oordeel van de rechtbank dat de participanten geen doorslaggevende invloed kunnen uitoefenen op de koers en het beleid van de stichting. De individuele participanten hebben dan ook in juridisch opzicht geen invloed van betekenis op hoe de subsidie uiteindelijk wordt besteed. Dat feitelijk sprake zou zijn van 7 of 8 bestuursleden die allemaal directeur bij een individuele museum zijn, doet daar niet aan af. Zij vertegenwoordigen immers nog steeds maar een minderheid van alle participanten.
participantende subsidie hebben aangevraagd en dat zij als penvoerder is opgetreden namens de participanten, kon zij volgens verweerder reeds daarom aan de brief van 26 september 2012 geen vertrouwen ontlenen. Aan die brief lag bovendien geen bewuste standpuntbepaling ten grondslag. Bovendien wijst verweerder op de brief van 15 november 2012 van de accountant van eiseres waarin hij verzoekt om een expliciete standpuntbepaling (zie 1.14.). Hieruit kan volgens verweerder worden opgemaakt dat eiseres de brief van 26 september 2012 zelf ook niet heeft gezien als een bewuste standpuntbepaling van de Belastingdienst, dan wel dat zij de tekst van deze brief onvoldoende vond om daaraan vertrouwen te kunnen ontlenen.
Vaststelling belastingplicht [btw nummer]’. Daarnaast is in de brief opgenomen: ‘
Ik heb beoordeeld dat u belastingplichtig bentvoor de belastingen die in de bijlage vermeld staan.’(vetgedrukt door de rechtbank). In de brief is, zoals ook door verweerder ter zitting is bevestigd, geen voorbehoud gemaakt ten aanzien van de belastingplicht of het ondernemerschap van eiseres voor de OB. Er staat, zonder enig voorbehoud, juist dat de belastingplicht is beoordeeld. Gelet hierop heeft verweerder met zijn brief van 26 september 2012 naar het oordeel van de rechtbank bij eiseres in redelijkheid de indruk gewekt dat verweerder het verzoek van eiseres daadwerkelijk inhoudelijk had beoordeeld en daarover een weloverwogen standpunt had ingenomen. In ieder geval mocht eiseres ervan uit gaan dat de uitgebreid beschreven feitelijke situatie verweerder kennelijk geen aanleiding gaf om enige vraag te stellen of om enig voorbehoud te maken. Naar het oordeel van de rechtbank kan eiseres dan ook aan de brief van 26 september 2016 het in rechte te beschermen vertrouwen ontlenen dat zij door verweerder was aangemerkt als belastingplichtige ondernemer voor de OB.
- aan verweerder: 28/42 x € 3.500 = € 2.333;
- aan de Minister: 14/42 x € 3.500 = € 1.167.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 2.333;
- veroordeelt de Minister tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 1.167;
- draagt de Minister op het betaalde griffierecht van € 334 aan eiseres te vergoeden.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslag met aanslagnummer F.01.3501;
- vernietigt de beschikking belastingrente;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 768.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslag met aanslagnummer F.01.1501;
- vernietigt de beschikking heffingsrente;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 768.