ECLI:NL:HR:2006:AV0821
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over urencriterium zelfstandigenaftrek en bewijsaanbod
Belanghebbende kreeg voor de jaren 1998 en 1999 aanslagen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen, waarbij het hof het beroep van belanghebbende ongegrond verklaarde. In cassatie stond centraal of belanghebbende voldeed aan het urencriterium voor zelfstandigenaftrek en of het hof terecht het bewijsaanbod om een specificatie van gewerkte uren te overleggen had afgewezen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte het bewijsaanbod afwees zonder een belangenafweging te maken tussen het belang van belanghebbende en het algemeen belang van een doelmatige procesgang. Tevens verwierp de Hoge Raad de stelling van de inspecteur dat de bewijslast moest worden verzwaard vanwege het niet tijdig aanleveren van specificaties.
De Hoge Raad verklaarde het incidentele beroep van de Staatssecretaris ongegrond, het principale beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde het hofarrest behoudens enkele onderdelen en verwees de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling conform dit arrest.
Uitkomst: Het hofarrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.