Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling;
- de pleitnota van [eiser] ;
- de pleitnota van de Staat.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
980,00
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een kort geding waarin eiser, een kraker, de Staat der Nederlanden verzoekt de ontruiming van het pand aan de Emdenweg 1 te Groningen te staken. Het pand is sinds juni 2019 eigendom van Jessa Vastgoed B.V. en werd in december 2019 gekraakt door eiser. De Officier van Justitie kondigde een strafrechtelijke ontruiming aan op grond van verdenking van kraken.
De voorzieningenrechter toetst de rechtmatigheid van de ontruiming aan de hand van de artikelen 138a en 551a Sr en de jurisprudentie van de Hoge Raad. Daarbij wordt de proportionaliteit van de ontruiming beoordeeld, waarbij het aan de kraker is om aan te tonen dat zijn belang zwaarder weegt dan het belang van de Staat en eigenaar.
Eiser voert aan dat het pand niet in gebruik was, dat hij normaal gebruik maakt van het pand en dat een medebewoner gezondheidsproblemen heeft. De rechter oordeelt echter dat eiser onvoldoende feiten heeft aangedragen om het belang van de Staat te overstijgen. De eigenaar heeft serieuze verkoopplannen en een anti-kraakorganisatie is bereid het pand te beheren.
De voorzieningenrechter wijst de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. P.J. Duinkerken en op 6 maart 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van de kraker tegen de strafrechtelijke ontruiming wordt afgewezen.