ECLI:NL:RBNNE:2020:1339
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van geweld, gijzeling en diefstal
Verdachte werd beschuldigd van meerdere strafbare feiten, waaronder het vastbinden en mishandelen van een slachtoffer, gijzeling, bedreiging en diefstal van goederen middels braak. De tenlastelegging betrof incidenten op of omstreeks 3 september 2019 in Groningen.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor de diefstal, maar veroordeling voor de gewelds- en gijzelingsfeiten. De verdediging ontkende alle feiten en betoogde dat de verklaringen van het slachtoffer onbetrouwbaar waren en dat er onvoldoende bewijs was voor dwang, bedreiging en geweld.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs, dat vooral gebaseerd was op de verklaring van het slachtoffer, niet overtuigend was. De verklaringen van verdachte en het slachtoffer stonden lijnrecht tegenover elkaar en het weinige ondersteunende bewijs, zoals getuigenverklaringen en letsel, was onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Ook voor de diefstal was onvoldoende bewijs aanwezig, mede door intrekking van de aangifte. Het vonnis werd gewezen door drie rechters, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van de tenlastegelegde feiten.