ECLI:NL:RBNNE:2020:1340
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van dwang en gijzeling in ruzie over geld
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 24 maart 2020 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van dwang, bedreiging, zware mishandeling en gijzeling van een slachtoffer op 3 september 2019 in Groningen. De tenlastelegging betrof onder meer het met geweld dwingen van het slachtoffer tot betaling van 1500 euro en het vasthouden en mishandelen van het slachtoffer in een auto.
De officier van justitie vorderde veroordeling op basis van de verklaring van het slachtoffer, die werd ondersteund door getuigenverklaringen en het letsel van het slachtoffer. De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de aangifte en stelde dat er onvoldoende bewijs was voor de beschuldigingen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van het slachtoffer en verdachte lijnrecht tegenover elkaar stonden en dat het weinige steunbewijs onvoldoende overtuigend was. De getuigen hadden niet gezien hoe het slachtoffer in de auto kwam en het letsel kon niet met zekerheid aan verdachte worden toegeschreven. Er ontbrak medische onderbouwing en ander bewijs.
Daarom verklaarde de rechtbank de tenlastelegging niet bewezen en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs voor dwang, bedreiging en gijzeling.