Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 juni 2020 in de zaak tussen
[belanghebbende], te [woonplaats] , (gemachtigde: mr. E.F. van der Goot).
Rechtbank Noord-Nederland
Eisers vroegen een exploitatievergunning voor een seksbedrijf aan, die door de burgemeester van Groningen werd geweigerd omdat niet eisers maar de eigenaar van de panden als exploitant werd aangemerkt. De rechtbank beoordeelde of deze kwalificatie juist was en of verweerder alle relevante stukken had overgelegd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende stukken had overgelegd en dat de gemeentelijke verordening (APVG) niet in strijd was met hogere wetgeving of het EVRM. Wel concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de eigenaar als enige exploitant moest worden gezien, terwijl eisers de dagelijkse exploitatie en risico’s dragen.
De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit en het primaire besluit, en bepaalde dat eisers voorlopig als vergunninghouders worden beschouwd totdat een nieuwe beslissing is genomen. Tevens werden proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot weigering van de exploitatievergunning en bepaalt dat eisers als exploitant worden aangemerkt.