ECLI:NL:RBNNE:2020:2319
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Weigering drank- en horecavergunning wegens slecht levensgedrag
Verzoeker heeft op 29 maart 2020 een aanvraag ingediend voor een drank- en horecavergunning voor een horecabedrijf in Groningen. De burgemeester heeft deze aanvraag op 16 april 2020 geweigerd vanwege slecht levensgedrag van verzoeker, gebaseerd op een terugkerend patroon van onverantwoordelijk gedrag, waaronder alcoholgebruik in het verkeer en geweld.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 29 juni 2020 werd het verzoek behandeld. De voorzieningenrechter overwoog dat volgens vaste rechtspraak geen beperkingen zijn gesteld aan de feiten en omstandigheden die bij de beoordeling van levensgedrag mogen worden betrokken, ook niet in tijd.
De burgemeester onderbouwde het standpunt met justitiële documentatie waaruit blijkt dat verzoeker tussen 2000 en 2010 meerdere veroordelingen heeft gehad, waaronder huiselijk geweld, brandstichting en verkeersdelicten. Recentere boetes betroffen mishandeling in 2017 en rijden onder invloed in 2018. De voorzieningenrechter achtte deze onderbouwing voldoende en oordeelde dat het gedrag van verzoeker niet past bij de eisen voor het verkrijgen van een drank- en horecavergunning.
Hoewel verzoeker stelde dat hij inmiddels een goede verstandhouding heeft met de persoon die aangifte deed en recentelijk in de horeca heeft gewerkt, vond de rechter dit onvoldoende om het besluit te wijzigen. Het absolute karakter van de weigeringsgrond laat geen ruimte voor belangenafweging. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de drank- en horecavergunning wordt afgewezen.