Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 21 juli 2020 in de zaken tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Door het Openbaar Ministerie is de FIOD/Landelijke Recherche gelast om een onderzoek
- Witwassen, ex artikel 420bis/ter/quater Wetboek van Strafrecht;
- Deelname aan een criminele organisatie, ex artikel 140 Wetboek Pro van Strafrecht;
Deze zaak is nog steeds open. Samen met mijn collega [collega] zijn wij de zaaksofficieren.
dat uit de overtredingen der prijsvoorschriften, die, naar vaststaat, in 1946 reeds aan de betreffende instanties bekend waren, voor haar een rechtsverhouding in het leven werd geroepen, waaruit boeten en kosten plegen te ontstaan”. Daarop heeft de Hoge Raad overwogen “
dat de Raad zich met appellantes zienswijze verenigt, vermits een overtreding der prijsvoorschriften, eenmaal ter kennis gekomen van de bevoegde overheidsinstantie, inderdaad - althans in het algemeen - een boete ten gevolge pleegt te hebben en de Raad niet vermag in te zien, dat het intreden van dit gevolg niet zou mogen worden aangenomen, zolang geen proces-verbaal is opgemaakt, vermits - daargelaten, dat het opmaken van een proces-verbaal nog niet noodwendig tot vervolging en/of veroordeling behoeft te leiden - het simpele feit der overtreding de publiekrechtelijke rechtsverhouding, krachtens welke de Staat de dader boete kan opleggen, doet ontstaan, welke rechtsverhouding uitzonderingsgevallen daargelaten, pleegt met zich te brengen de verplichting van de dader tegenover de Staat tot het betalen ener - door het bevoegde orgaan nader vast te stellen - geldboete”.