Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
hij op of omstreeks 10 oktober 2019 te Vlagtwedde, in de gemeente Westerwolde, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in een pand gelegen aan de [straatnaam] aldaar, immers heeft hij, verdachte en/of met diens mededader(s) toen aldaar opzettelijk open vuur in aanraking gebracht met een vlag, althans met een brandbare stof, ten gevolge waarvan voornoemd pand geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor één of meer belendende pand(en) en/of zich in die belendende pand(en) bevindende perso(o)n(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor één of meer perso(o)n(en), te duchten was;
hij op of omstreeks 10 oktober 2019 te Vlagtwedde, in de gemeente Westerwolde tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk (de ruit van) een voordeur (van een woning, gelegen aan de [straatnaam] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), te weten aan [benadeelde partij 3] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;
Beoordeling van het bewijs
de rechtbank begrijpt: verdachte) naar mij toe gekomen, de deur stond open. En toen zei die “mag ik je vogel wel even bekijken, want ik krijg ook een vogel, ik wil wel even zien wat voor vogel jij hebt”. Ik had mijn deur toch open, dus hij komt binnen, hij doet die deur dicht. Dus hij duwt mij tegen de aanrecht aan en uh hij gaat uh, tegen mij aan staan, en hij zegt dat ik hem moet zoenen en zo. En toen had ik hem in eerste instantie had ik hem weg gedrukt een beetje omdat ik dat niet wou. Ik dacht, ik pak maar een uh, ik ga mijn toetje maar eten. Want ik dacht dan hoef ik hem ook niet te zoenen. Dus ik had mijn toetje op. Ging die bij de bank staan, kwam die later weer naar mij toe, drukte hij mij weer tegen de kastje van de aanrecht aan. Toen begon hij mij te zoenen, begon hij mij kusje te geven, ik had hem weer weggeduwd. Hij wou niet luisteren omdat ik hem wegduwde, hij ging steeds aandringen dus toen deed die zijn hand bij mij in de broek en toen zat die aan mijn vagina, toen ging die daar met zijn vinger in en toen ging die daar met zijn vinger bewegen. Daarna wou hij mijn hand pakken, toen moest ik met mijn hand bij zijn broek, en toen had die mijn hand gepakt en bij zijn broek in gedaan en toen heb ik gelijk mijn hand weg getrokken en toen zei die dat ik met hem mee moest komen naar m'n slaapkamer, toen deed die precies hetzelfde weer. En toen kwam begeleiding gelukkig, die belde aan, dus ik deed die deur open. En toen zei de begeleiding tegen [verdachte] “wat doe jij hier? Je mag hier helemaal niet komen, dat weet jij zelf ook wel dat je hier niet komen mag?” “Ja maar ik wou alleen de vogel van [slachtoffer 4] bekijken en nu ga ik weer weg”.
V: Wie waren deze 3 mannen?
A: [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en ene [naam 3] (
de rechtbank begrijpt: verdachte).
Ze zijn gebeld door [getuige 3] en ik zag dat ze er op sloegen. Ik zag dat de groep op het moment dat de mannen onder de brug vandaan kwamen uit een spatte. Ze sloegen op de vlucht maar de drie die ik net noemde waren niet snel genoeg weg en kregen enkele vuistslagen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [naam 3] . Ik heb gezien dat ze alle drie klappen uitdeelden. Ik heb gezien dat [naam 3] geschopt heeft, ik dacht dat hij [slachtoffer 6] schopte.
de rechtbank begrijpt: verdachte) sloeg [slachtoffer 7] . Toen deze op de grond lag sloeg hij hem nog in het gezicht. Hij sloeg hem vier keer in het gezicht. Ik heb gezien dat [slachtoffer 6] op de grond lag en dat [naam 3] hem schopte in het gezicht.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Motivering straf en maatregel
Benadeelde partijen
1. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 5.079,55 ter vergoeding van materiële schade en
4. [benadeelde partij 5] , tot een bedrag van € 172,08 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
1. Benadeelde partij [slachtoffer 1]
2. Benadeelde partij [slachtoffer 3]
3. [benadeelde partij 4]
4. [benadeelde partij 5]
Vordering na voorwaardelijke veroordeling
Toepassing van wetsartikelen
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren.
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking(artikel 38z Sr).
[slachtoffer 1]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
8.579,55(zegge: achtduizendvijfhonderdnegenenzeventig euro en vijfenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 september 2019, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.
[slachtoffer 3]in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[benadeelde partij 4]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 68,39(zegge: achtenzestig euro en negenendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 september 2019.
[benadeelde partij 5]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van