Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
alimentatiebeschikking van 29 september 2020
['de dochter] ,
[de moeder]
De procedure
De feiten
De beoordeling
De beslissing
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde een verzoek van een minderjarige dochter die via haar advocaat een bijdrage in de kosten van verzorging, opvoeding en levensonderhoud wilde laten vaststellen ten laste van haar moeder. De dochter had haar hoofdverblijfplaats eerst bij haar moeder, maar woont inmiddels bij haar vriend en diens ouders.
De moeder stelde dat de dochter niet-ontvankelijk was omdat zij minderjarig was bij indiening van het verzoek en dat ook de vader betrokken had moeten worden. De rechtbank overwoog dat minderjarigen handelingsonbekwaam zijn en niet zelf in rechte kunnen optreden, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn, die hier niet gelden.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat ook bij jong-meerderjarigen alleen aanspraak kan worden gemaakt als blijkt dat zij zelf in de kosten hebben moeten voorzien, wat niet was gesteld. Verder is er geen hoofdelijke aansprakelijkheid van ouders, zodat de draagkracht van beide ouders moet worden betrokken, maar de vader was niet in de procedure betrokken en er waren geen gegevens over zijn draagkracht.
Gelet op deze feiten verklaarde de rechtbank de dochter niet-ontvankelijk in haar verzoek. Tevens overwoog de rechtbank dat het verzoek bij meerderjarigheid ook zou zijn afgewezen wegens gebrek aan bewijs van behoefte en onvolledige procesvoering. De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter B.R. Tromp op 29 september 2020.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzoek van de minderjarige dochter tot kinderalimentatie niet-ontvankelijk.