Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser], te [woonplaats], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Eindhoven, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De familie [achternaam eiser] wordt geconfronteerd met een schuldenproblematiek bij de Belastingdienst, waarvoor inmiddels maandelijks bedragen worden ingehouden. Maandelijks wordt een bedrag van € 155,- ingehouden op hetgeen maandelijks ter zake van de hypotheekrentebeschikking ten goede zou komen aan cliënten. Bovendien wordt per maand € 1.000,- ingehouden bij de werkgever [naam werkgever] Bijgaand treft u aan een overzicht van de belastingschulden in de vordering tot inhouding van 9 april 2018 (bijlage 1).
Objet: Application de l’article 13 de l‘accord concernant la sécurité sociale des bateliers rhénans;
U overlegt een brief van Le Gouvernement du Grand-Duché de Luxembourg van 17 februari 2016. In deze brief zou (naar uw overtuiging) akkoord worden gegaan met regularisatie met betrekking tot de perioden 07-05-2008 t/m 30-04-2010 en 01-05-2010 t/m 31-12-2012.
Met hun schrijven van 17 februari 2016 heeft de bevoegde instantie in Luxemburg laten weten alsnog akkoord te gaan met ons verzoek tot regularisatie van de verzekeringspositie van de heer [eiser]:
“Beslissing op bezwaar
Uw bezwaar is gegrond. De SVB herroept het besluit van 8 augustus 2018 en beslist in de plaats daarvan als volgt.
Bijgaand treft u aan de brief van de Luxemburgse autoriteit van 17 februari 2016 waarbij onder andere het jaar 2012 geheel wordt geregulariseerd, dat wil zeggen dat Luxemburgs sociaal verzekeringsrecht van toepassing is.
In de brief van de SVB is opgenomen dat aan [eiser] geen regularisatie wordt verleend over de periode 01-10-2011 t/m 31-12-2012 (dus ook de periode 01-01-2012 t/m 31-12-2012).